Werkwijze
In de Bovenbouw, de laatste klassen van MAVO, HAVO of VWO, worden de leerlingen voorbereid op hun examen. Iedere leerling wordt individueel benaderd en begeleid. Niet alleen kennisoverdracht, maar ook overhoring, herhaling en oefening zijn de belangrijke elementen van de examentraining.
Voor iedere leerling wordt een individueel studietraject opgesteld. Aan de hand hiervan en door regelmatig de tussentijdse resultaten te evalueren wordt gezamenlijk naar het examen toe gewerkt. Ook de ouders worden bij deze evaluaties betrokken.
IB verzorgt het totale programma van de Bovenbouw, ook voor leerlingen die later in het schooljaar instromen. Klik hier voor meer informatie over instroming.
Ouderwets-degelijk onderwijs volgens IB
Goed onderwijs begint bij goed uitleggen. De docent van IB legt de leerstof duidelijk en herhaaldelijk uit. Als een leerling meer uitleg nodig heeft, wordt tijd vrijgemaakt om delen van de les nog eens uit te leggen.
Goed uitleggen zonder overhoren is verspilde moeite
Behalve aan uitleggen, besteedt IB veel tijd aan overhoren van de leerstof zodat zwakke plekken bijtijds aan het licht komen.
Slagen voor een examen vereist niet alleen kennis, maar ook vaardigheid. Die vaardigheid wordt opgebouwd door de leerling steeds opnieuw over de examenonderwerpen te ondervragen. Daardoor neemt zelfvertrouwen toe en mogelijke faalangst af.
Vrijblijvend overhoren is verloren tijd
Als na overhoring blijkt dat een leerling de stof niet beheerst, worden acties ondernomen om te voorkomen dat die leerling met een kennistekort naar het examen gaat. De zwakke plekken die na een overhoring zijn aangetroffen, worden daarom zo snel mogelijk versterkt.
Maar examensucces wordt niet alleen bereikt door de inspanning van de docenten. Ook de leerlingen hebben zich te houden aan drie gouden regels: aanwezig zijn, op tijd zijn en de les aandachtig volgen.
Aandacht
Aandacht voor leerlingen was lang een vrij ongewoon verschijnsel binnen de onderwijswereld. In bepaalde kringen was die aandacht sterk aanwezig, nationaal (Boeke) en internationaal (Montessori), maar in het "gewonere" onderwijs kwamen docenten meestal niet van hun ivoren torens af.
Dat veranderde na 1968. In de jaren zeventig en tachtig groeide het aantal particuliere scholen en werd aandacht voor leerlingen een belangrijk argument bij de keuze van een particuliere school.
Als kwaliteitsargument werd steeds de groepsgrootte genoemd: hoe minder leerlingen in de groep, hoe meer aandacht ze krijgen.
Een waarheid als een koe, maar de leerling behaalt het diploma door de aandacht die de docent krijgt, en niet door de aandacht die de leerling van de docent ontvangt.
Dit betekent niet dat kleine klassen nutteloos zijn. Integendeel: kleine klassen kunnen vaak en doeltreffend worden overhoord zodat een positief effect op de studieresultaten mogelijk wordt.
Dit betekent evenmin dat aandacht voor leerlingen overbodig is: onderwijs zonder die aandacht is steriel. Onderwijs in de geest van IB kan alleen worden gegeven als de docenten bekend zijn met de idiosyncrasieën van de leerlingen. Het onderwijs van IB bezet hierdoor een aparte en unieke positie in het Nederlandse particuliere onderwijs.



